ECLI:NL:CRVB:2011:BR2382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging loonsanctie UWV wegens onvoldoende onderbouwing onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellante, werkgever, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd die de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte met 52 weken verlengde, wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Dit besluit werd bij bezwaar en vervolgens door de rechtbank Alkmaar bevestigd. Appellante stelde in hoger beroep dat zij voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, gesteund door twee deskundigenoordelen van het UWV.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellante na het tweede deskundigenoordeel tekort is geschoten. Het deskundigenoordeel van november 2007 gaf aan dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren, en het UWV heeft niet duidelijk gemaakt dat appellante hieraan geen waarde mocht hechten. Het UWV heeft bovendien nagelaten een aanvullend verzekeringsgeneeskundig onderzoek in te stellen na het tweede deskundigenoordeel, wat niet aan appellante kan worden tegengeworpen.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en het eerdere besluit van het UWV, en verklaart het beroep van appellante gegrond. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot verlenging van de loonsanctie wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.