ECLI:NL:CRVB:2012:BV6619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over loonsanctie wegens tekortschietende re-integratieverplichtingen werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een loonsanctie opgelegd door het Uwv wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen richting een zieke werknemer. De rechtbank Breda had het beroep van de werkgever gegrond verklaard en het besluit van het Uwv vernietigd, stellende dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren geweest op basis van een deskundigenoordeel.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep dat het deskundigenoordeel slechts betrekking had op de eerste negen maanden van de ziekteperiode en dat de werkgever in de resterende periode tot het einde van de wachttijd geen re-integratie-inspanningen heeft verricht. Uit rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige blijkt dat er sprake was van een arbeidsconflict en dat de werkgever onvoldoende adequaat heeft gehandeld, met name ten aanzien van re-integratie in het tweede spoor.
De Raad benadrukt dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor het re-integratieproces en de kwaliteit van ingeschakelde deskundigen. Het feit dat de werknemer geen contact wilde met de werkgever, doet hieraan niet af omdat contact via de Arbodienst of bedrijfsarts mogelijk was. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt dat de werkgever tekort is geschoten in haar re-integratieverplichtingen, waardoor de loonsanctie terecht is opgelegd.