ECLI:NL:CRVB:2011:BP7501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering na gebrekkige informatieverstrekking aan zelfstandige
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van zijn WW-uitkering over de periode van 18 augustus 2003 tot 4 maart 2007. Het Uwv had op grond van een herbeoordeling ZZP-dossiers besloten de uitkering te herzien en onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de verplichting om indirecte uren op te geven op werkbriefjes, mede omdat zijn casemanager hem hierover niet had geïnformeerd. Het Uwv erkende dat appellant pas vanaf juli 2004 goed was voorgelicht, waardoor het bedrag van terugvordering werd beperkt.
De Raad oordeelde dat het Uwv buitenwettelijk begunstigend beleid hanteert waarbij in twijfelgevallen het voordeel aan de belanghebbende wordt gegeven. Uit het dossier bleek dat appellant niet was geïnformeerd over de plicht tot opgave van indirecte uren en dat het Uwv dit beleid niet consistent had toegepast. Daarom werd het besluit van 2 september 2010 vernietigd voor zover het herziening en terugvordering betrof, en het beroep gegrond verklaard.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. Verder werd bepaald dat het Uwv geen nieuw besluit hoeft te nemen en dat de overige besluiten omtrent intrekking en kostenvergoeding in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd.