ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht zelfstandige
Appellante ontving vanaf september 2002 een WW-uitkering, die het Uwv in 2007 herzag op grond van een rapport waarin werd vastgesteld dat zij onterecht een te hoge uitkering had ontvangen vanwege werkzaamheden als zelfstandige die niet volledig waren opgegeven. Het Uwv vorderde een bedrag van ruim €34.000 terug. Appellante maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat zij onvoldoende geïnformeerd was over haar verplichtingen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen het besluit van 1 juli 2008 ongegrond, stellende dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het Uwv terecht had herzien en teruggevorderd. In hoger beroep stelde appellante dat het Uwv haar onjuiste informatie had verstrekt en dat het beleid omtrent herbeoordeling niet correct was toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv terecht aannam dat appellante haar inlichtingenplicht onvoldoende was nagekomen. De Raad vernietigde het eerdere vonnis omdat het latere besluit van 16 september 2010 een nieuw besluit vormde, maar verklaarde het beroep tegen dat latere besluit ongegrond. De Raad stelde vast dat het Uwv het buitenwettelijke begunstigend beleid consistent had toegepast en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 september 2010 wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.