ECLI:NL:CRVB:2011:BU8309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant had een WW-uitkering ontvangen die door het UWV werd herzien en teruggevorderd omdat hij niet alle gewerkte uren voor zijn zelfstandige ondernemingen had opgegeven. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat alle uren, ook indirecte uren, moesten worden opgegeven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij de werkbriefjes had ingevuld volgens instructies van het UWV en dat hij onjuiste informatie had ontvangen, waardoor terugvordering onredelijk zou zijn. De Raad onderzocht de informatievoorziening en het beleid van het UWV, waaronder een handleiding voor herbeoordeling van ZZP-dossiers.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet alle uren op te geven en dat het UWV terecht de WW-uitkering had herzien en teruggevorderd. Er was geen sprake van onjuiste voorlichting die het vertrouwen van appellant rechtvaardigde om slechts declarabele uren op te geven. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het beroep tegen het besluit van 1 december 2008 gegrond, maar het beroep tegen het besluit van 1 september 2010 ongegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 1 september 2010 wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de WW-uitkering herzien en terugvorderen.