ECLI:NL:CRVB:2006:AV0197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bijstandsverlening aan minderjarige kinderen met rechtmatig verblijf ondanks geen verblijfsvergunning
Appellanten, minderjarige kinderen met de Ghanese nationaliteit, verblijven rechtmatig in Nederland terwijl hun ouders wachten op een verblijfsvergunning. De gemeente Zaanstad weigerde bijstand op grond van de Koppelingswet (artikel 16, tweede lid, WWB), die bijstand aan vreemdelingen zonder verblijfsrecht beperkt.
De Raad toetst deze weigering aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), met name artikel 2, eerste lid, dat discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt, en artikel 3 dat Pro het belang van het kind voorop stelt. De Raad onderscheidt tussen kinderen die rechtmatig verblijven en zij die dat niet doen, en oordeelt dat het onderscheid in het geval van rechtmatig verblijvende kinderen niet proportioneel is.
De Raad vernietigt het besluit van 19 april 2005 en beveelt de gemeente een nieuw besluit te nemen waarbij bijstand wordt verleend aan appellanten. Tevens blijft de voorlopige voorziening van kracht tot zes weken na het nieuwe besluit. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Artikel 16, tweede lid, WWB wordt buiten toepassing gelaten en bijstand wordt aan appellanten toegekend.