ECLI:NL:CRVB:2005:AT8038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt weigering bijstandsuitkering aan pleegkind
Appellant, een pleegkind met een pleegmoeder die voogdij uitoefent, vroeg bijstand aan nadat de bijstand door de gemeente Heerlen was beëindigd vanwege verhuizing naar Roermond. De gemeente weigerde de bijstand omdat appellant als ten laste komend kind van de pleegmoeder werd beschouwd en niet als zelfstandig subject van bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen sprake was van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw). In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant niet tot het gezin van de pleegmoeder behoort en daarom zelfstandig bijstand kan aanvragen.
De Raad stelt vast dat de kinderbijslag onvoldoende is om in de noodzakelijke kosten van appellant te voorzien en dat er geen andere middelen beschikbaar zijn. Gezien deze omstandigheden zijn er wel degelijk zeer dringende redenen om bijstand te verlenen. De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de weigering van bijstand aan appellant en beveelt een nieuw besluit op bezwaar.