ECLI:NL:CRVB:2005:AU0687
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bijstandsverlening aan minderjarige kinderen van niet-rechthebbende ouders
Verzoekers, minderjarige kinderen van ouders met de Ghanese nationaliteit zonder recht op bijstand, vroegen bijstand aan de gemeente Zaanstad. Deze weigerde op grond van het koppelingsbeginsel en de Wet werk en bijstand (WWB). De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond. Verzoekers stelden dat het koppelingsbeginsel in strijd is met het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK).
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het koppelingsbeginsel geen voldoende rechtvaardiging biedt voor het geheel uitsluiten van bijstand aan minderjarige kinderen van niet-rechthebbende ouders wanneer deze ouders zelf niet in staat zijn te voorzien in noodzakelijke kosten. De Raad baseerde zich op de artikelen 2, 3 en 27 van het IVRK, die discriminatie verbieden en het recht op een toereikende levensstandaard voor kinderen waarborgen.
De Raad besloot een voorlopige voorziening toe te wijzen op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij vanaf 7 juni 2005 bijstand wordt betaald ter hoogte van het verschil tussen het normbedrag voor een alleenstaande ouder en dat voor een alleenstaande zoals genoemd in artikel 21 van Pro de WWB. Tevens werden de proceskosten en het griffierecht aan verzoekers toegekend.
Uitkomst: Voorlopige voorziening toegewezen voor bijstand aan minderjarige kinderen van niet-rechthebbende ouders met toekenning van proceskosten en griffierecht.