ECLI:NL:CRVB:2005:AU5973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens verzwegen arbeidsinkomsten
Gedaagden ontvingen bijstand naar de norm voor gehuwden, maar hebben inkomsten uit arbeid verzwegen over de periode 1 mei 2000 tot en met 26 mei 2000. Appellant, het College van burgemeester en wethouders van Heerlen, heeft op grond hiervan het recht op bijstand herzien en de kosten van bijstand teruggevorderd.
De rechtbank Maastricht had de terugvorderingsbesluiten vernietigd vanwege strijd met het terugvorderingsbeleid, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraken omdat de rechtbank het herzieningsbesluit niet heeft beoordeeld, wat in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht. De Raad oordeelt dat appellant bevoegd was tot herziening en terugvordering op grond van de Wet werk en bijstand.
De Raad stelt vast dat gedaagden niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen inkomsten hadden of dat er sprake was van misbruik van het sofinummer. Het terugvorderingsbeleid van appellant is redelijk en niet onaanvaardbaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank worden vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde bijstand wordt bevestigd.