ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven vermogen en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds februari 2002 een bijstandsuitkering. Het College trok deze uitkering in voor de periode van december 2002 tot juli 2003 vanwege het bezit van een auto met een waarde die het toegestane vermogen overschreed. Tevens werd de bijstand teruggevorderd.
Appellante stelde een schuld aan haar moeder te hebben die de waarde van de auto zou compenseren, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat alleen schuld die voldoende aannemelijk is en een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting inhoudt, bij de vermogensvaststelling mag worden betrokken.
Verder werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het bezit van de auto niet tijdig te melden. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd wegens niet opgegeven vermogen en schending van de inlichtingenplicht.