ECLI:NL:CRVB:2002:AF5675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Ch. de Vrey
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep oordeelt over inzagerecht medische gegevens en premiedifferentiatie WAO
Appellante, een werkgever, is ingedeeld in de categorie grote werkgevers voor de gedifferentieerde premie WAO 1999, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan een werknemer. Omdat de werknemer geen toestemming gaf voor inzage in medische gegevens, verstrekte gedaagde een transcriptie van medische en arbeidskundige gegevens aan appellante. Appellante voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat de medische besluitenregeling van de WAO in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, omdat inzage beperkt was tot een arts-gemachtigde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische besluitenregeling niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat het premiedifferentiatiesysteem niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, met name inzake het recht op volledige inzage en het recht om een eigen arts onderzoek te laten doen.
De Raad stelde dat in procedures van rechterlijke aard de artikelen 88c en 88g WAO buiten toepassing moeten worden gelaten om te voldoen aan het gelijkheidsbeginsel en artikel 6 EVRM Pro. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan in de bezwaarfase niet hoeft af te wijken van de medische besluitenregeling. Verder oordeelde de Raad dat het premiedifferentiatiesysteem geen strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel. De Raad vernietigde het bestreden besluit en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Raad het UWV voorwaardelijk in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante moet worden vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank, met een veroordeling van het UWV in proceskosten en griffierecht.