ECLI:NL:CRVB:2001:AB2857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- G. van der Wiel
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak over medische gegevens WAO-uitkering en wijst zaak terug
Appellante, een werkgever, maakte bezwaar tegen het besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen om een WAO-uitkering toe te kennen aan een werknemer met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. De werkgever kreeg geen inzage in de medische gegevens van de werknemer omdat deze geen toestemming gaf, en de wet bepaalt dat alleen een arts-gemachtigde van de werkgever deze gegevens mag inzien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische besluitenregeling van de WAO volgens haar voldeed aan de eisen van een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Appellante stelde echter dat deze regeling haar procespositie benadeelde omdat zij haar standpunt over medische aspecten niet zelf kon toelichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de regeling inderdaad leidt tot een wezenlijk nadelige positie van de werkgever, omdat deze niet alle processtukken kan inzien en zijn belangen niet adequaat kan behartigen. Dit is in strijd met het recht op een eerlijk proces volgens artikel 6 EVRM Pro. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank, met de instructie dat inzage in medische gegevens moet worden toegestaan aan een gemachtigde die arts of advocaat is of bijzondere toestemming heeft van de rechter, zodat het recht op hoor en wederhoor en equality of arms wordt gewaarborgd.
De Raad veroordeelde het Landelijk instituut sociale verzekeringen voorwaardelijk in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan appellante moet worden vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak en wijst de zaak terug naar de rechtbank met instructies voor een aangepaste procedure waarbij inzage in medische gegevens wordt toegestaan aan een gemachtigde arts of advocaat.