ECLI:NL:CBB:2023:322
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. van Duuren
- H.L. van der Beek
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late aanvraag is niet onevenredig
De onderneming diende haar aanvraag voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021 te laat in, namelijk op 7 september 2021, terwijl de uiterste aanvraagdatum 20 augustus 2021 was. De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming stelde dat de afwijzing een buitensporige straf was gezien de financiële impact van de pandemie op haar horecabedrijf en de omstandigheden rondom de aanvraag.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep behandeld en beoordeeld of de afwijzing in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Het College concludeerde dat de afwijzing een geschikt en noodzakelijk middel is om het doel van de regeling te bereiken, namelijk het beschikbaar stellen van gelden aan ondernemers die aan de voorwaarden voldoen. De omstandigheden van de onderneming, zoals drukte en overdracht van taken, rechtvaardigen geen afwijking van de strikte aanvraagtermijn.
Het College benadrukte dat de regeling dwingende termijnen bevat en dat de minister geen discretionaire ruimte heeft om hiervan af te wijken. De financiële gevolgen van de late aanvraag zijn voor risico van de onderneming. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De aanvraag voor subsidie TVL is terecht afgewezen wegens te late indiening.