ECLI:NL:CBB:2024:256
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De maatschap heeft een aanvraag voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 te laat ingediend. De minister heeft de aanvraag daarom afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De maatschap voerde aan dat zij uitging van een langere aanvraagtermijn en dat zij de aanvraag pas na afloop van het kwartaal kon indienen om de juiste gegevens te kunnen aanleveren. Ook stelde zij dat het doel en de strekking van de TVL-regeling in acht genomen moesten worden.
Het College overweegt dat de aanvraagtermijn in de regeling duidelijk is vastgesteld en dat te late indiening een dwingende afwijzingsgrond is. De minister heeft geen aanleiding gegeven om van deze termijn af te wijken, ook niet op grond van het evenredigheidsbeginsel. De maatschap had de verantwoordelijkheid om tijdig kennis te nemen van de regels en de aanvraag binnen de gestelde termijn in te dienen.
De argumenten van de maatschap worden niet gevolgd. Het College benadrukt dat de aanvraag op basis van een schatting kan worden gedaan en dat het vasthouden aan de termijn juist aansluit bij het doel van de regeling om snel financiële steun te bieden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt terecht afgewezen wegens te late indiening.