Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2018 op het hoger beroep van:
(gemachtigde: mr. P.J. Kreijger),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, een aanbieder van losse vliegtickets en pakketreizen, werd door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) beboet wegens het niet duidelijk vermelden van onvermijdbare en voorzienbare bijkomende kosten zoals servicekosten, boekingskosten en kosten voor het Calamiteitenfonds op haar websites.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College heeft de zaak inhoudelijk beoordeeld, waarbij het onder meer het onderscheid tussen vaste en variabele kosten en de wijze van prijsvermelding onderzocht.
Het College oordeelde dat appellante vanaf het moment van prijsvermelding steeds de definitieve prijs inclusief alle onvermijdbare kosten moet tonen, ongeacht of deze kosten per ticket of per boeking worden berekend. De wijze waarop appellante bijkomende kosten in de footer van de website vermeldde, voldeed niet aan de transparantie-eisen en was misleidend.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat ACM haar handhavingsbeleid voldoende had gemotiveerd en geen sprake was van willekeur. De hoogte van de boetes werd passend en geboden geacht gezien de ernst en duur van de overtredingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de reisaanbieder is ongegrond verklaard en de opgelegde boetes bevestigd.