Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het hoger beroep van [naam 3] tegen de Autoriteit Consument en Markt (ACM) inzake de oplegging van twee bestuurlijke boetes wegens overtreding van de informatie- en terugbetalingsverplichtingen volgens de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc).
De rechtbank had de boete voor overtreding van de informatieverplichting vernietigd wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, maar de boete voor overtreding van de terugbetalingsverplichting gehandhaafd. Het College oordeelt dat ACM niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen de terugbetalingsverplichting voor de periode vóór 19 juni 2015 vanwege strijd met het legaliteitsbeginsel. Daardoor wordt deze boete vernietigd.
Voorts bevestigt het College dat ACM in strijd met het verbod van willekeur heeft gehandeld door [naam 3] niet te waarschuwen terwijl 40 andere webwinkels wel een waarschuwing kregen voor dezelfde overtreding van de informatieverplichting. De betrokkenheid van [naam 3] bij een onderzoek van de Consumentenbond rechtvaardigt deze ongelijke behandeling niet.
Het hoger beroep van [naam 3] wordt gegrond verklaard, dat van ACM ongegrond. Het College veroordeelt ACM tot vergoeding van proceskosten en draagt ACM op het betaalde griffierecht aan [naam 3] te vergoeden.