ECLI:NL:CBB:2016:215
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- H.B. van Gijn
- T.P.J.N. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overschrijding meststoffenwet gebruiksnormen
Appellante, een agrarisch bedrijf, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen, stikstof en fosfaat in 2010. De staatssecretaris gebruikte de per 1 januari 2010 geldende forfaitaire normen voor de berekening, wat tot een boete van €6.826,- leidde na correcties op mestbonnen.
Appellante voerde aan dat de forfaitaire normen van 2009 hadden moeten worden toegepast voor de beginvoorraad 2010, en dat de boete onevenredig hoog was. Ook stelde zij dat de staatssecretaris onterecht mestbonnen niet had overgezet en dat zij schade had geleden door misgelopen rendement. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees schadevergoeding grotendeels af.
In hoger beroep bevestigde het College dat de staatssecretaris terecht de actuele forfaitaire normen hanteerde en dat het gelijkheidsbeginsel niet meebrengt dat fouten in andere zaken herhaald moeten worden. De overschrijding was niet gering en de boete proportioneel. De schadeclaim wegens misgelopen rendement werd onvoldoende onderbouwd bevonden. Ook was er geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Het College oordeelt dat de staatssecretaris bevoegd was de boete op te leggen en dat appellante onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd om de boete te matigen of de schadevergoeding uit te breiden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €6.826,- wegens overtreding van de meststoffenwet gebruiksnormen.