ECLI:NL:CBB:2010:BN0540
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling versnelde procedure en boetetoemeting in bouwfraudeonderzoek GWW-sector
Het geschil betreft een hoger beroep van A B.V. en D B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in het kader van het bouwfraudeonderzoek in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). De appellanten namen deel aan een versnelde procedure, waarbij zij afstand deden van het recht op individuele dossierinzage en betwisting van de feiten zoals vastgelegd in het rapport van NMa.
Het College oordeelt dat de versnelde procedure, ondanks de afstand van enkele rechten van verdediging, niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat appellanten bewust voor deze procedure hebben gekozen in ruil voor een boetevermindering van 15%. De voorwaarden van de versnelde procedure zijn ook van toepassing in de bezwaar- en beroepsfase, tenzij de onderneming met concrete argumenten aannemelijk maakt dat de feiten onjuist zijn, wat hier niet het geval is.
Verder is de keuze van NMa om de boetegrondslag te baseren op de aanbestedingsomzet van 2001, het laatste jaar van de overtreding, niet onredelijk en passend bij de aard van de overtreding en de versnelde procedure. Appellanten hebben onvoldoende concreet onderbouwd dat hun mate van betrokkenheid gering was, zodat geen aanpassing van de boetegrondslag plaatsvindt.
Het College wijst ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat de situatie in rapport 3183 wezenlijk verschilt van die in rapport 4155. Eveneens is geen ongelijke behandeling vastgesteld ten opzichte van het grootbedrijf dat in andere rapporten een hogere boetevermindering ontving, omdat deze zaken onder een ander regime vielen.
Ten slotte oordeelt het College dat NMa het begrip 'additionele waarde' in de clementieregeling niet heeft gewijzigd en dat appellanten bewust hebben afgezien van het indienen van een clementieverzoek, waardoor zij geen recht hebben op een boetevermindering op die grond. Het aanbod van appellanten om medewerking te verlenen is niet gelijkgesteld aan een clementieverzoek en leidt niet tot boetevermindering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het boetebesluit van NMa wordt bevestigd.