ECLI:NL:RVS:2023:2046
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- E. Steendijk
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering uitstel van vertrek wegens ontoegankelijke medische zorg in Pakistan
De vreemdeling, van Pakistaanse nationaliteit, lijdt aan ernstige gezondheidsproblemen waarvoor zij nierdialyse en oogbehandelingen nodig heeft. De staatssecretaris weigerde uitstel van vertrek omdat volgens hem de benodigde medische zorg in Pakistan beschikbaar en toegankelijk is, mede door een ‘Patient Welfare Programme’ in een ziekenhuis in Karachi.
De vreemdeling betwistte dit en stelde dat zij vanwege financiële en sociale omstandigheden de zorg niet kan verkrijgen, mede omdat zij als traditionele vrouw niet zelfstandig kan verhuizen en geen mannelijke familieleden in Karachi heeft die haar kunnen begeleiden. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de zorg feitelijk niet toegankelijk is.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zorg om andere dan financiële redenen niet toegankelijk is. De afstand tot het ziekenhuis, de sociale situatie van de broers en de positie van vrouwen in Pakistan zijn onvoldoende betrokken in de motivering.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd, en wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot weigering van uitstel van vertrek wordt vernietigd.