ECLI:NL:RBDHA:2024:14462
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek op medische gronden wegens onvoldoende aantonen ontoegankelijkheid behandeling in Ghana
Eiser verzocht om uitstel van vertrek op medische gronden op basis van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij afhankelijk is van medische behandeling die hij in Ghana niet zou kunnen voortzetten. De minister wees dit verzoek af, gesteund op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de noodzakelijke medische zorg in Ghana voor hem feitelijk niet toegankelijk is. Eiser stelde dat hij de medicatie niet kan betalen, dat het National Health Insurance Scheme (NHIS) de medicatie niet vergoedt, dat hij door zijn handicap geen toegang heeft tot zorglocaties, en dat gehandicapten in Ghana worden gediscrimineerd. Deze stellingen werden niet voldoende met bewijs ondersteund.
De rechtbank stelt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat er een reëel risico bestaat dat hij zonder behandeling in een medische noodsituatie komt en dat de zorg niet toegankelijk is. Eiser faalde hierin, onder meer doordat hij geen inzicht gaf in zijn financiële situatie, geen bewijs leverde dat hij geen zorgverzekering kan afsluiten, en onvoldoende aantoonde dat vervoer naar zorglocaties onmogelijk is.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen uitstel van vertrek krijgt. Tevens wordt het verzoek om griffierechtvrijstelling toegewezen, maar geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter V.A.G. van Dijk en griffier L.J. van der Veen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitstel van vertrek op medische gronden wordt ongegrond verklaard.