ECLI:NL:RVS:2022:1810
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND strijdig met Unierecht voor beroep bij niet tijdig besluit asielaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had de aanvraag uiteindelijk ingewilligd zonder een dwangsom te bepalen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die het beroep tegen niet tijdig beslissen in asielzaken uitsluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Tijdelijke wet in zoverre onverbindend is omdat zij in strijd is met het Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel en artikel 47 van Pro het EU Handvest. De wet sluit de bestuursrechter uit als bevoegd orgaan om dwangsommen op te leggen en tijdige besluitvorming af te dwingen, terwijl het beroep bij de burgerlijke rechter niet doeltreffend genoeg is.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling, en verklaarde het beroep tegen het besluit van 15 december 2020 ongegrond. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk en de Tijdelijke wet is onverbindend voor zover deze het beroep tegen niet tijdig beslissen uitsluit.