ECLI:NL:RBDHA:2022:11759
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit asielaanvraag met rechterlijke dwangsom
Eiser, een Iraanse asielzoeker, heeft sinds 2018 meerdere keren een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken deze besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen opnieuw te beslissen. In januari 2022 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Ondanks een door de rechtbank gestelde beslistermijn van 23 juni 2022, werd nog geen besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris in gebreke blijft. Hoewel de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is, volgt de rechtbank de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het onthouden van een rechterlijke dwangsom in strijd is met het Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel. Daarom wordt de staatssecretaris een dwangsom opgelegd van €200 per dag met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50. De rechtbank draagt op dat binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit wordt genomen op de asielaanvraag van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, een beslistermijn van acht weken gesteld en een dwangsom opgelegd aan de staatssecretaris.