ECLI:NL:RVS:2021:1027
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Afdeling bestuursrechtspraak bij beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND
De vreemdeling stelde dat de staatssecretaris onterecht nog niet had beslist op zijn asielaanvraag van 5 juli 2018 en verwees naar een ingebrekestelling van 10 december 2019. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de staatssecretaris uiterlijk 27 maart 2020 moest beslissen onder dwangsom. De staatssecretaris besloot op 12 juni 2020 de aanvraag af te wijzen, maar dit besluit werd vernietigd door de rechtbank.
De vreemdeling stelde dat de wettelijke beslistermijn opnieuw was verstreken en dat de staatssecretaris opnieuw op straffe van dwangsom moest beslissen. Dit beroep faalde echter omdat op 11 juli 2020 de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND in werking trad, die het mogelijk maken beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvragen uit te sluiten.
De wet bevat een uitzondering voor lopende procedures vóór inwerkingtreding, maar de zaak van de vreemdeling viel hier niet onder. De Afdeling bestuursrechtspraak is daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. De uitspraak zegt niets over het oordeel over de asielaanvraag zelf, waarvoor een aparte uitspraak zal volgen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.