ECLI:NL:RVS:2021:1754
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering beoordeling seksuele gerichtheid
De vreemdeling uit Nigeria verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn homoseksualiteit en vluchtte nadat hij betrapt werd tijdens een intieme ontmoeting met zijn partner. De staatssecretaris wees het verzoek af omdat de vreemdeling de betrapping en de gevolgen daarvan niet aannemelijk had gemaakt en zijn seksuele gerichtheid onvoldoende met verklaringen ondersteunde. De vreemdeling overlegde echter diverse stukken, zoals verklaringen van belangenorganisaties, foto's, bankafschriften en verklaringen van partners, ter onderbouwing van zijn seksuele gerichtheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris niet deugdelijk had gemotiveerd hoe hij de overgelegde stukken had betrokken in zijn integrale beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid. De staatssecretaris had onvoldoende inzichtelijk gemaakt welke waarde hij aan de feitelijke informatie toekende en had de stukken niet afzonderlijk en in samenhang met de overige verklaringen beoordeeld.
De Raad van State benadrukte dat seksuele gerichtheid als asielmotief zich minder goed leent voor bewijsvoering en dat eigen verklaringen van de vreemdeling van wezenlijk belang zijn, maar dat ondersteunend bewijs zoals feitelijke informatie uit stukken wel kan bijdragen aan de geloofwaardigheid. Omdat de motivering van de staatssecretaris niet voldeed aan deze eisen, vernietigde de Raad van State het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een betere motivering en eventueel nader onderzoek, inclusief het betrekken van de procedure van de partner van de vreemdeling.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij de beoordeling van overgelegde bewijsstukken.