ECLI:NL:RVS:2020:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J. Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek seksuele gerichtheid
De vreemdeling, een Iraanse nationaliteit dragend, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn seksuele gerichtheid. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat hij de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid onvoldoende achtte. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris de werkinstructie WI 2018/9 correct toepaste en dat deze geen beleidswijziging inhoudt die een herbeoordeling van de seksuele gerichtheid zou vereisen. Wel stelde de Afdeling vast dat het onderzoek naar de relatie van de vreemdeling met zijn Nederlandse partner onzorgvuldig was en dat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd had waarom hij de verklaringen van de vreemdeling over de ontdekking en betekenis van zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig achtte.
Daarnaast was het bezoek aan een prostituee, een belangrijk onderdeel van het asielrelaas, niet beoordeeld. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte het besluit had bevestigd en vernietigde zowel het besluit van de staatssecretaris als de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris moet bij een nieuw besluit een zorgvuldiger onderzoek en motivering geven en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.