ECLI:NL:RBDHA:2021:10748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid gestelde homoseksuele geaardheid
Eiser, een Libische nationaliteit dragende persoon, diende op 10 mei 2018 een asielaanvraag in Nederland in. Na een eerdere afwijzing en intrekking van het besluit vanwege een moratorium, wees de staatssecretaris de aanvraag opnieuw af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat de gestelde homoseksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig was.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn leeftijd en het culturele referentiekader met betrekking tot homoseksualiteit in Libië. Hij stelde consistent en geloofwaardig te hebben verklaard over zijn seksuele geaardheid en relatie, ondersteund door foto’s. Tijdens het nadere gehoor gaf hij aan de vragen niet goed te begrijpen, wat aanleiding had moeten zijn tot aanvullend horen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had vastgesteld dat de verklaringen van eiser algemeen en oppervlakkig waren en dat hij ondanks zijn achtergrond meer inzicht had moeten geven. De rechtbank vond dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen zijn relaas toe te lichten. De overgelegde foto’s boden geen ondersteunend bewijs voor de homoseksuele geaardheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de gestelde homoseksuele geaardheid.