ECLI:NL:RVS:2020:898
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens onrechtmatige verwerking van medische persoonsgegevens door bestuursorgaan
De zaak betreft een verzoek van appellant om schadevergoeding wegens onrechtmatige verstrekking van strikt vertrouwelijke medische persoonsgegevens door de directeur van het Pieter Baan Centrum aan het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg zonder zijn toestemming.
De rechtbank Gelderland had eerder een schadevergoeding van €300 toegekend en het besluit van de minister tot afwijzing van het schadeverzoek vernietigd. De minister stelde dat de verstrekking onrechtmatig was, maar zag geen grond voor schadevergoeding omdat appellant niet in zijn eer of goede naam was aangetast.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het besluit herroept en verklaart het bezwaar tegen het besluit niet-ontvankelijk. De Afdeling oordeelt dat de bestuursrechter bevoegd is om schadevergoedingsverzoeken op grond van de AVG te behandelen en stelt vast dat appellant recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer.
Gelet op de bijzondere gevoeligheid van de persoonsgegevens, de beperkte verspreiding onder geheimhoudingsplichtige professionals en de snelle actie om de gegevensverstrekking ongedaan te maken, stelt de Afdeling de schadevergoeding naar billijkheid vast op €500. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten.
Deze uitspraak verduidelijkt de rechtsbescherming bij onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door bestuursorganen en bevestigt dat de bestuursrechter bevoegd is om schadevergoedingsverzoeken tot €25.000 te behandelen, waarbij de criteria van artikel 6:106 BW Pro worden toegepast.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500 wegens onrechtmatige verwerking van medische persoonsgegevens.