ECLI:NL:RVS:2018:782
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek proceskostenveroordeling wegens intrekking hoger beroep bij misbruik Wob-bevoegdheid afgewezen
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland en dit hoger beroep later ingetrokken. Vervolgens verzocht zij de minister van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb.
De minister stelde dat sprake was van misbruik van bevoegdheid door verzoekster en haar gemachtigde bij het indienen van Wob-verzoeken en het voeren van procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde eerdere uitspraken waarin was geoordeeld dat verzoekster en haar gemachtigde misbruik maakten van de bevoegdheid om Wob-verzoeken in te dienen en rechtsmiddelen aan te wenden.
De Wob-verzoeken waren vaag geformuleerd, verspreid over meerdere faxen en maakten het voor de minister moeilijk om adequaat te beslissen. Verzoekster gebruikte verschillende faxnummers en bemoeilijkte daarmee de besluitvorming. Gezien deze omstandigheden oordeelde de Afdeling dat ook het verzoek om proceskostenveroordeling misbruik van bevoegdheid inhield.
Daarom verklaarde de Afdeling het verzoek niet-ontvankelijk en wees het af. Dit besluit werd genomen door de enkelvoudige kamer onder leiding van A.W.M. Bijloos op 7 maart 2018.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van bevoegdheid.