ECLI:NL:RVS:2015:2446
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek en bestuursrechtelijke procedures
De minister van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 11 maart 2014 een document verstrekt aan wederpartij op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Later trok de minister dit besluit in en verklaarde het bezwaar van wederpartij niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en beval de minister een nieuw besluit te nemen. De minister ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de gemachtigde van wederpartij, die vele procedures voert over verkeersboetes en Wob-verzoeken, misbruik maakt van zijn bevoegdheid. Hij richt zijn correspondentie bewust onjuist, bemoeilijkt daarmee de besluitvorming en baseert zijn verzoeken op de Wob om dwangsommen en proceskosten te incasseren. Dit gedrag getuigt van kwade trouw en is misbruik van recht, wat ook aan wederpartij wordt toegerekend.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Ook het beroep wegens het niet-tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Afdeling wijst het beroep af op grond van misbruik van recht en bevestigt dat de toegang tot de rechter niet wordt ontnomen in strijd met het EVRM of het Handvest van de EU.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door de gemachtigde.