ECLI:NL:RVS:2016:1585
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken inzake openbaarmaking documenten
De korpschef van politie nam beslissingen op verzoeken van wederpartijen om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Wederpartijen maakten bezwaar tegen deze beslissingen, waarna de rechtbank Oost-Brabant het beroep van wederpartijen gegrond verklaarde en het besluit van de korpschef vernietigde. De korpschef stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de verzoeken van wederpartijen wel degelijk Wob-verzoeken betroffen en niet verzoeken op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), zoals de korpschef betoogde. Vervolgens werd beoordeeld of het beroep van wederpartijen ontvankelijk was. De korpschef stelde dat de machtigingen van de gemachtigde onvoldoende specifiek waren en dat er sprake was van misbruik van recht.
De Afdeling stelde vast dat de machtigingen weliswaar algemeen waren geformuleerd, maar voldoende bepaalbaar om de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid te bepalen. Wel oordeelde de Afdeling dat er sprake was van misbruik van recht, omdat de verzoeken waren ingediend met het doel om een beroep tegen verkeersboetes te motiveren, terwijl de Wob niet de juiste grondslag was voor dergelijke informatieverzoeken. Dit had tot gevolg dat de korpschef onnodig werd belast en de besluitvorming werd bemoeilijkt.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep van de korpschef gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van wederpartijen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. Ook het beroep wegens het uitblijven van een nieuw besluit op de bezwaren werd niet-ontvankelijk verklaard. Het besluit van de korpschef van 26 augustus 2015 werd eveneens vernietigd omdat het op de vernietigde uitspraak was gebaseerd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van wederpartijen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken.