ECLI:NL:RVS:2016:2312
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Appellant verzocht de minister op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over een specifieke zaak. Hij diende tien vrijwel identieke Wob-verzoeken in, verspreid over afzonderlijke brieven, en leverde het bewijs van verzending pas laat aan. De minister vroeg om verduidelijking over de bestuurlijke aangelegenheid en bewijs van verzending, waarop appellant niet tijdig reageerde.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellant met zijn handelwijze de besluitvorming wilde frustreren en dwangsommen wilde incasseren. Appellant voerde aan dat hij het verzoek deed voor zijn juridische praktijk en dat de verspreiding van de verzoeken niet duidt op misbruik.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het doel van het Wob-verzoek niet strookt met het beoogde doel van de Wob en dat het verspreiden van identieke verzoeken de besluitvorming kan bemoeilijken. De verwijzingen van appellant naar eerdere uitspraken en brieven van de minister konden dit niet rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd wegens misbruik van recht.