ECLI:NL:RVS:2018:4158
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester Utrecht over exploitatievergunning coffeeshop wegens proceskostenvergoeding en redelijke termijn
De burgemeester van Utrecht stelde de aanvraag van appellant voor een exploitatievergunning voor een coffeeshop aan de betreffende locatie buiten behandeling en wees later het bezwaar af. Na eerdere vernietiging door de Afdeling bestuursrechtspraak werd het bezwaar opnieuw afgewezen op grond van de beleidsregels van 2017, die strenger waren dan de toen geldende regels bij de aanvraag.
Appellant voerde aan dat de burgemeester ten onrechte de nieuwe beleidsregels toepaste, onvoldoende onderzoek deed, en geen proceskostenvergoeding toekende. De Afdeling oordeelde dat het toepassen van de actuele beleidsregels bij bezwaar juist is, dat de locatie niet voldeed aan de vestigingscriteria, en dat de burgemeester terecht de vergunning weigerde. Wel oordeelde de Afdeling dat de burgemeester onrechtmatig had gehandeld door het eerdere besluit buiten behandeling te stellen en daardoor de proceskostenvergoeding had moeten toekennen.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van vijf jaar voor de procedure was overschreden en dat de overschrijding volledig aan de burgemeester toe te rekenen was. Daarom werd aan appellant een vergoeding van €1.000 toegekend voor immateriële schade. De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het geen proceskostenvergoeding bevatte, veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade, maar liet de afwijzing van de vergunningaanvraag in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover geen proceskostenvergoeding is toegekend, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand, en de burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en immateriële schade.