Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Verder heeft verweerder de aanvraag van eiser kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond. De rechtbank stelt vast dat eiser geen gronden heeft gericht tegen de afwijzing als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. Wel heeft eiser betwist dat verweerder zijn aanvraag op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw als kennelijk ongegrond heeft kunnen afwijzen. Anders dan eiser meent, heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij in zijn beroep in de Dublinprocedure andere asielmotieven naar voren heeft gebracht dan bij de huidige asielaanvraag. Tijdens het beroep in de Dublinprocedure heeft eiser namelijk naar voren gebracht dat hij vreest om naar zijn land van herkomst te worden teruggestuurd, omdat sprake is van een familiedispuut en hij in Nigeria geen bestaanszekerheid heeft. Verweerder heeft terecht overwogen dat deze verklaringen onverenigbaar zijn met de asielmotieven die eiser aan de huidige asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd. De verklaringen van eiser heeft verweerder dan ook terecht beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser daarom ook kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.
Het beroep is ongegrond.