ECLI:NL:RBDHA:2021:6975
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bewonersparkeervergunning wegens parkeren op eigen terrein
Eiser vroeg op 6 augustus 2019 een bewonersparkeervergunning aan voor een tweede auto, maar deze werd afgewezen omdat zijn adres op de POET-lijst stond, wat betekent dat hij parkeergelegenheid op eigen terrein heeft. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift ontvankelijk was, ondanks overschrijding van de termijn, omdat het primaire besluit geen rechtsmiddelenclausule bevatte. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak ondersteunt dit standpunt.
Inhoudelijk stelde eiser dat het oude beleid gunstiger was en dat dit toegepast had moeten worden, maar de rechtbank volgde dit niet. Zowel onder het oude als het nieuwe uitvoeringsbesluit komt eiser niet in aanmerking voor een vergunning vanwege het bezit van een parkeergelegenheid op eigen terrein. De rechtbank wees ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat de enkele stelling dat buren wel vergunningen kregen onvoldoende was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter D. Biever op 31 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bewonersparkeervergunning wordt ongegrond verklaard.