ECLI:NL:RVS:2017:2718
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvragen wegens ontbreken nieuwe elementen
De vreemdelingen hebben meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de laatste op 14 januari 2016 werd gedaan. De staatssecretaris verklaarde deze laatste aanvragen niet-ontvankelijk omdat zij geen nieuwe elementen of bevindingen bevatten die relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag. De vreemdelingen stelden dat de verwijtbaarheidstoets, die bepaalt dat zij elementen die zij eerder hadden kunnen inbrengen niet opnieuw mogen aanvoeren, niet correct is geïmplementeerd in het nationale recht.
De rechtbank volgde de staatssecretaris en oordeelde dat de verwijtbaarheidstoets besloten ligt in het begrip 'nieuw' zoals opgenomen in artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, dat de Procedurerichtlijn correct is geïmplementeerd en dat de staatssecretaris terecht de aanvragen niet-ontvankelijk heeft verklaard. De vreemdelingen verzochten om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, maar de Afdeling zag hiervoor geen aanleiding.
De Afdeling analyseerde de systematiek, doelstellingen en totstandkomingsgeschiedenis van de Procedurerichtlijn en concludeerde dat de verwijtbaarheidstoets geen afzonderlijke implementatie behoeft, maar reeds besloten ligt in het begrip 'nieuw'. Hierdoor kan de staatssecretaris terecht tegenwerpen dat elementen die eerder hadden kunnen worden ingebracht, niet als nieuw worden beschouwd. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvragen wegens het ontbreken van nieuwe elementen.