ECLI:NL:RBDHA:2017:14750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende nieuwe elementen over homoseksuele gerichtheid
Eiser, van Iraakse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerdere zijn afgewezen. Zijn vierde aanvraag, gebaseerd op zijn homoseksuele gerichtheid, werd in 2015 afgewezen als kennelijk ongegrond. In oktober 2017 diende hij een opvolgende aanvraag in met dezelfde grondslag en voegde bewijs toe in de vorm van een brief en foto's van zijn relatie met een partner.
De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe relevante elementen waren aangevoerd. De rechtbank heeft eiser en zijn partner gehoord en constateerde tegenstrijdigheden in hun verklaringen, met name over samenwonen en de authenticiteit van de relatiebrief. Tevens oordeelde de rechtbank dat de relatie geen nieuw feit was omdat deze tijdens eerdere procedures niet was gemeld zonder geldige reden.
De rechtbank nam ook kennis van een recente motie in de Tweede Kamer over de beoordelingspraktijk van asielaanvragen op grond van seksuele geaardheid, maar deze had geen invloed op de beoordeling. De toetsing aan de Bahaddar-uitspraak leverde geen bijzondere omstandigheden op. De rechtbank concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en wees het beroep af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen.