ECLI:NL:RVS:2016:1759
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Toetsing opvolgende asielaanvraag en ne bis-beoordelingskader in het licht van de Procedurerichtlijn
De vreemdeling diende een opvolgende asielaanvraag in met gewijzigde feiten, waaronder een andere religieuze achtergrond en bekering, waarop de staatssecretaris de aanvraag niet-ontvankelijk verklaarde omdat deze feiten in de eerste procedure hadden moeten worden aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en paste volgens de Afdeling het ne bis-beoordelingskader niet toe, maar beoordeelde de beroepsgronden inhoudelijk.
De Afdeling stelt vast dat sinds de implementatie van Richtlijn 2013/32/EU (de Procedurerichtlijn) het ne bis-beoordelingskader niet langer van toepassing is. De wetgever heeft de beoordelingssystematiek van opvolgende asielaanvragen volledig geïmplementeerd in de Vreemdelingenwet 2000, waardoor bestuursrechters elk besluit op een opvolgende aanvraag moeten toetsen aan de hand van de beroepsgronden, inclusief de motivering en totstandkoming van het besluit.
De Afdeling benadrukt dat deze wijziging begunstigend is voor vreemdelingen en ook geldt voor andere besluiten op basis van de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de vreemdeling geen nieuwe elementen heeft aangevoerd die een inhoudelijke toetsing rechtvaardigen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 22 juni 2016 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn opvolgende asielaanvraag wordt bevestigd.