ECLI:NL:RVS:2010:BN1631
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ne bis in idem en nieuw feitelijk kader bij herhaalde asielaanvraag
De vreemdelingen dienden herhaalde aanvragen in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werden afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen ongegrond en de vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat het bestuur toestaat een nieuwe aanvraag af te wijzen indien geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd, in overeenstemming is met artikel 32 van Pro de Procedurerichtlijn 2005/85/EG. De Raad van State oordeelde dat dit beoordelingskader niet in strijd is met de richtlijn en dat het nationale recht de richtlijn correct implementeert.
Daarnaast werd betoogd dat bijzondere omstandigheden, waaronder risico op schending van artikel 3 EVRM Pro, toetsing van het besluit zouden vereisen. De Raad stelde dat alleen onder zwaarwegende nieuwe feiten of omstandigheden een hernieuwde toetsing mogelijk is, wat hier niet het geval was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. De vreemdelingen slaagden er niet in aan te tonen dat het beoordelingskader niet het beoogde resultaat van de Procedurerichtlijn bereikt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.