ECLI:NL:RBDHA:2017:13491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en verwijtbaarheid
Eiser, een Afghaanse Hazara, diende op 19 september 2017 een opvolgende asielaanvraag in nadat zijn eerdere aanvraag in 2016 was afgewezen en onherroepelijk was verklaard. Hij stelde dat hij misbruikt was door zijn oom en bedreigd in Nederland, feiten die hij in de eerste procedure niet had ingebracht vanwege angst en communicatieproblemen.
Verweerder stelde dat deze nieuwe feiten geen novum vormden omdat ze eerder hadden kunnen en moeten worden ingebracht, en dat het asielrelaas ongeloofwaardig was. De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de verwijtbaarheidstoets van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000 correct was toegepast, mede gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 40 van Pro de Procedurerichtlijn en de analoge toepassing van de werkinstructie voor LHBT-zaken. Er was geen aanleiding voor medisch onderzoek en geen bijzondere feiten of omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigden.
De aanvraag werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en aan eiser werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag en het opleggen van een inreisverbod van twee jaar.