ECLI:NL:RVS:2016:2845
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Misbruik van recht bij Wob-verzoek en hoger beroep door gemachtigde
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland inzake een Wob-verzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat sprake is van misbruik van recht.
De gemachtigde van appellant heeft het Wob-verzoek ingediend met als doel een administratief beroep tegen een verkeersboete te motiveren, terwijl hij als ervaren bestuursrechtadvocaat had moeten weten dat artikel 7:18, vierde lid, van de Awb de juiste grondslag is voor een dergelijk informatieverzoek. Bovendien was het verzoek vaag geformuleerd, wat onnodige discussie in vervolgprocedures uitlokt.
De Afdeling baseert haar oordeel mede op eerdere uitspraken waarin soortgelijke Wob-procedures met dezelfde gemachtigde als misbruik van recht werden aangemerkt. Dit leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens misbruik van bevoegdheid om een Wob-verzoek in te dienen en rechtsmiddelen in te stellen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek en het instellen van hoger beroep.