Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,
Procesverloop
21/ 3684.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker heeft voor de zesde keer een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe. Deze verzoeken zijn ingediend in lopende procedures waarin bezwaar en beroep zijn ingesteld tegen eerdere besluiten.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het griffierecht in beide procedures niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen. Verzoeker heeft verzocht om ontheffing van betaling van het griffierecht wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek is afgewezen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het indienen van herhaalde vrijwel identieke verzoeken om voorlopige voorziening, waarvan verzoeker weet dat deze kansloos zijn, misbruik van recht oplevert. Dit oordeel is gebaseerd op jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is geen aanleiding om ontheffing van het griffierecht te verlenen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en misbruik van recht.