ECLI:NL:RVS:2015:3650
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling betalingsonmacht bij griffierecht in vreemdelingenprocedure
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Justitie werd afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een niet-ontvankelijk verklaard beroep bij de rechtbank, stelde de vreemdeling hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard zonder voldoende rekening te houden met het beroep op betalingsonmacht. De vreemdeling ontving leefgeld van het COa en verbleef in een psychiatrische kliniek, waardoor hij tot een categorie behoorde waarvoor een eigen verklaring omtrent afwezigheid van vermogen volstaat.
De Afdeling benadrukte dat het niet relevant is of de vreemdeling in staat is om geld te genereren via sparen, hulp van derden of aanpassing van bestedingspatroon. De zaak werd vernietigd en terugverwezen naar de rechtbank voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze criteria. Tevens werd vastgesteld dat de kosten van het hoger beroep €490 bedragen en dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van betalingsonmacht.