ECLI:NL:RVS:2016:1841
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- N. Verheij
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem had een Wob-verzoek van een wederpartij ingewilligd, maar verklaarde het bezwaar tegen een daaropvolgend besluit niet-ontvankelijk. De rechtbank Gelderland oordeelde anders en verklaarde het beroep gegrond. Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het Wob-verzoek onnodig ruim en vaag was geformuleerd en dat de wederpartij en zijn gemachtigde geen reëel onderzoeksplan hadden, ondanks dat zij stelden een onderzoek te verrichten. Uit stukken en verklaringen bleek dat het verzoek niet gericht was op een serieus onderzoek, maar op het incasseren van proceskosten. De colleges hadden het verzoek steeds volledig ingewilligd en waren bereidwillig geweest.
Op grond van artikel 13 van Pro Boek 3 BW, gelezen in verbinding met artikel 15, werd geoordeeld dat de bevoegdheid tot het indienen van Wob-verzoeken niet mag worden misbruikt. De Afdeling stelde vast dat het gebruik van deze bevoegdheid door de wederpartij en zijn gemachtigde blijk gaf van kwade trouw en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek.