Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2016 in de zaken tussen
[eiseres] te [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder heeft met juistheid gesteld dat het in het geval van een aanvraag voor bijzondere bijstand noodzakelijk is om over actuele financiële informatie te beschikken, opdat (mede) op basis daarvan het recht op bijzondere bijstand kan worden vastgesteld. Het betoog van eiseres dat verweerder haar aanvragen op grond van de in zijn systemen beschikbare informatie over de financiële situatie van eiseres had kunnen beoordelen, slaagt daarom niet. Niet kan worden uitgesloten dat haar financiële positie nadien is gewijzigd. Nu vaststaat dat eiseres bij de aanvragen gevoegde aanvraagformulieren Minimaregelingen noch de daarin gevraagde (financiële) gegevens heeft ingeleverd, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de aanvragen niet konden worden beoordeeld. De stelling van eiseres dat haar draagkracht voor één jaar onherroepelijk is vastgesteld bij eerder toegekende bijzondere bijstand voor woonkosten, is onjuist. De vaststelling van de draagkracht in het kader van een aanvraag om bijzondere bijstand heeft geen zelfstandig rechtsgevolg en krijgt daarom, anders dan eiseres veronderstelt, geen formele rechtskracht. Verweerder moet bij elke aanvraag om bijzondere bijstand opnieuw beoordelen of daar recht op bestaat en in dat kader de draagkracht opnieuw beoordelen. Gelet hierop faalt het betoog van eiseres dat verweerder misbruik van bestuurlijke bevoegdheden maakt door naar aanleiding van de aanvragen om bijzondere bijstand om actuele financiële gegevens te vragen. Wat eiseres verder heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder de aanvragen om bijzondere bijstand ten onrechte heeft afgewezen.
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers ROT 15/4904 en ROT 15/4983, voor zover gericht tegen de primaire dwangsombesluiten van 20 maart 2015 onderscheidenlijk van 12 mei 2015, niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond.