Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2015 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
further special distinguishing features’dient aan te dragen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht gesteld dat van dergelijke hem betreffende persoonlijke feiten en omstandigheden geen sprake is. Verweerder erkent in het besluit alsmede in het aanvullende besluit van 29 oktober 2014 weliswaar dat het voor eiser mogelijk niet eenvoudig zal zijn om zich in Mogadishu te vestigen, maar verweerder heeft dit terecht niet beschouwd als een schending van artikel 3 van Pro het EVRM. De door eiser aangevoerde verwestering en de omstandigheid dat hij bij terugkeer in Mogadishu door Al-Shabaab zal worden beschouwd als een spion, slaagt reeds niet omdat verweerder genoegzaam heeft gemotiveerd dat Al-Shabaab niet meer de controle heeft over Mogadishu, hetgeen door eiser niet is weersproken. Van andere eiser betreffende persoonlijke feiten en omstandigheden is de rechtbank niet gebleken.
more than normal emotional ties’, geconcludeerd dat deze inmenging gerechtvaardigd is en dat het belang van de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten in dit geval zwaarder weegt dan de persoonlijke belangen van eiser.
fair balance’moet worden gevonden tussen het belang van de vreemdeling en diens familie enerzijds en het Nederlands algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. Daarbij moeten alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden kenbaar worden betrokken.
fair balance’. Deze maatstaf impliceert dat de toetsing door de rechter enigszins terughoudend dient te zijn.
guiding principles’ uit het arrest Boultif en de aanvullende criteria uit het arrest Üner van het EHRM van 18 oktober 2006 (ECLI:NL:XX:2006:AZ2407) te betrekken in de belangenafweging. Verder heeft verweerder, onder verwijzing naar het arrest Gezginci tegen Zwitserland van het EHRM van 9 december 2010 (JV 2011/35), gesteld dat alleen de eerste drie van de ‘
guiding principles’ aan de orde zijn omdat eiser in Nederland (nog) geen eigen gezin heeft gesticht.
fair balance’, maar de rechtbank is van oordeel dat aan het langdurig verblijf van eiser, vanaf zijn eerste levensjaar, en het niet hebben van banden met Somalië een zwaarder gewicht had moeten worden toegekend. Hierbij had verweerder zich redelijkerwijs tevens rekenschap moeten geven van het feit dat van eiser wordt verlangd dat hij niet alleen moet terugkeren naar een land waarmee hij nauwelijks banden heeft, maar ook met de omstandigheid dat de veiligheidssituatie in dat land precair is en dat het zonder enig sociaal netwerk voor eiser niet bepaald eenvoudig dan wel onmogelijk zal zijn om zich aldaar te handhaven en een menswaardig bestaan op te bouwen. Verder heeft verweerder een zwaar gewicht mogen toekennen aan de aard en ernst van de door eiser gepleegde misdrijven, de straffen die hij hiervoor heeft gekregen en het feit dat eiser tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling opnieuw een ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. De rechtbank is echter van oordeel dat dit gewicht wel enigszins moet worden beperkt aangezien eiser alle delicten heeft gepleegd tijdens zijn minderjarigheid of toen hij net meerderjarig was geworden. Het argument dat de strafrechter in de strafmaat al rekening heeft gehouden met de jonge leeftijd van eiser overtuigt niet. De strafrechter houdt bij de strafmaat immers geen rekening met de mogelijke vreemdelingenrechtelijke consequenties van het opleggen van de straf. De rechtbank sluit in haar oordeel aan bij het arrest Bousarra tegen Frankrijk van het EHRM van 23 september 2010 (ECLI:NL:XX:2010:BO3271), waar door eiser in de zienswijze en ter zitting naar is verwezen. Het EHRM nam in deze zaak een schending van artikel 8 van Pro het EVRM aan en nam daarbij in aanmerking het zeer langdurige verblijf van de vreemdeling (vanaf 4 maanden oud), het feit dat hij bij zijn ouders woonde, geen eigen gezin had en één veroordeling had voor een serie misdrijven die waren gepleegd tussen zijn achttiende en eenentwintigste jaar. Ook hier had de vreemdeling nauwelijks banden met zijn land van herkomst.
fair balance’de relevante feiten en omstandigheden betrokken, maar hieraan, naar het oordeel van de rechtbank uiteindelijk in redelijkheid niet de juiste weging toegekend, zodat sprake is van een schending van artikel 8 van Pro het EVRM.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 980,00.