ECLI:NL:RVS:2014:2801
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 24 september 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 februari 2014 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van de gestelde bekering van de vreemdeling tot het christendom, waarbij de staatssecretaris aan de beantwoording van vragen over motieven en het proces van bekering bijzondere waarde hechtte.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet aan dit standpunt van de staatssecretaris was voorbijgegaan en dat het redelijk was dat de staatssecretaris de bekering ongeloofwaardig achtte gezien de korte duur van de bekering en het beperkte kennisniveau van de vreemdeling over het christendom. De verklaringen van de regioleider van de Father's House Movement konden dit niet voldoende onderbouwen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.