ECLI:NL:RBDHA:2014:2076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivatie ongeloofwaardigheid bekering
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, telkens afgewezen. In de onderhavige aanvraag stelt eiser dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom, wat een nieuw feit vormt dat toetst moet worden.
Verweerder gebruikte een vragenlijst om de geloofwaardigheid van de bekering te beoordelen en concludeerde dat de bekering ongeloofwaardig was, onder meer vanwege het korte bekeringstraject, gebrek aan kennis over het christendom en oppervlakkige motieven.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze elementen tot ongeloofwaardigheid leiden, en dat praktische overwegingen zoals taal en contacten legitiem kunnen zijn bij de keuze voor een kerk. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de nadere toelichting van een betrokken kerkelijke vertegenwoordiger.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van de bekering.