Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaken tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Daarnaast heeft belanghebbende recht op een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
Ik verzoek u mij kopieën toe te zenden van de volgende stukken:
Motivering
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de vergrijpboete voor het jaar 2005 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de vergrijpboete voor het jaar 2005;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vermindert de vergrijpboete voor het jaar 2006 tot een bedrag van € 1.508;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 1.150;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 225;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 3.108 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.