Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 mei 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] (België), belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Motivering
- RIEC-stukken;
- tripartite-stukken;
- onderdelen van het strafrechtelijke dossier;
- stukken aangaande de afstemming van bestraffing.
- de rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van de inspecteur dat hij nooit de beschikking heeft gehad over stukken van het RIEC- en het tripartite-overleg;
- de inspecteur heeft de stukken aangaande de afstemming van bestraffing overgelegd als bijlagen 88a en 88b bij het verweerschrift dat hij heeft ingediend in de dividendbelastingzaken;
- de inspecteur heeft het volledige strafrechtelijke dossier – voor zover dat nog niet tot de dossiers behoorde – ingebracht bij zijn 10-dagen-stuk. De rechtbank acht dit in dit geval niet in strijd met de goede procesorde omdat belanghebbende en zijn gemachtigde de betreffende stukken al kenden uit de strafzaak en de rechtbank ook de gelegenheid heeft gehad de stukken voorafgaand aan de zitting te bestuderen.
- Belanghebbende is eigenaar van de woning aan [adres] in [plaats 3] , twee woningen te [plaats 4] en twee chalets op [vakantiepark 6] in [plaats 4] .
- Belanghebbende, zijn (toenmalige) echtgenote