ECLI:NL:RBZWB:2024:1204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking, herziening en terugvordering uitkering Participatiewet wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontvangt sinds mei 2020 een uitkering op grond van de Participatiewet. Het college heeft op 5 mei 2022 de uitkering over januari en maart 2021 ingetrokken en over februari, april, mei en juni 2021 herzien vanwege niet gemelde stortingen en bijschrijvingen op zijn bankrekening. Eiser voerde aan dat het ging om leningen voor zijn gokverslaving en dat het college onvoldoende zorg heeft gedragen, onder meer door het niet altijd inschakelen van een tolk.
De rechtbank oordeelt dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden omdat hij de stortingen, bijschrijvingen en teruggave inkomstenbelasting niet heeft gemeld, ongeacht zijn gokverslaving. Het college heeft voldoende begeleiding en tolkondersteuning geboden. De intrekking en herziening van de uitkering zijn daarom terecht. De terugvordering van € 6.669,69 plus € 1.045,00 teruggave inkomstenbelasting blijft in stand.
Eiser stelde dat de terugvordering een dringende reden tot kwijtschelding oplevert vanwege zijn financiële situatie en schuldhulptraject, maar de rechtbank oordeelt dat de financiële gevolgen niet uitzonderlijk zijn en dat de beslagvrije voet wordt gerespecteerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking, herziening en terugvordering van de uitkering wordt ongegrond verklaard en blijft in stand.